1/2006
uitverkocht
Léon Spilliaert
Zijn kunst was melancholisch maar in het leven was hij een aimabele man, die graag grapjes maakte. Hij was goed ingevoerd in het strijdtoneel van de kunst rond 1900, maar bleef in zijn kunst terugkeren tot zijn nabije omgeving: de kade van Oostende, het interieur van zijn ouderlijk huis, en zijn eigen gezicht.
  • Mariëtte Haveman
    In de vuurlinie van de vroege moderne kunst, pp. 2-7
  • Leven en werk, pp. 8-9
  • Hans W. Bakx
    Wandelaar, wat is er van de nacht?, pp. 10-19
  • Robert Hoozee
    Spilliaert en de nadagen van het symbolisme,
    pp. 20-27
  • Anne Adriaen-Pannier
    De zelfportretten,
    pp. 28-37
  • Oostende omstreeks 1900, pp. 38-39
  • Gijsbert van der Wal
    'Een straatkantaarn of leeslamp kan een hoop voorwerk doen.’ Bert Osinga en Koen Vermeule over Léon Spilliaert, pp. 40-47

De Keus van Kunstschrift over o.a. Cartier-Bresson, Constant, Jessurun de Mesquita in Den Haag, Ruisdael in Londen, Engelse etskunst in het Rembrandt- huis.